|
Terwijl werkgevers en werknemers ruzie maakten over de versoepeling van het ontslagrecht, kwam in een van de radio discussies ook een CNV-bestuurder als roepende in de woestijn even aan het woord. Hij vroeg wat er nu eigenlijk voorrang verdiende: die versoepeling of meer aandacht voor het groeiende leger kansloze 40+ sollicitanten. Maar de leden van de discussiegroep vonden dat een ongewenste verandering van het thema en lieten het onbesproken.
Op mijn school heb ik die discussie wel gevoerd met 4e jaars studenten P&O. Een korte samenvatting van de conclusies:
Boek 7 BW zou zo gewijzigd moeten worden dat er ongelimiteerd contracten voor bepaalde tijd mogen worden gesloten wanneer de werknemer bij de inwerking treding van het contract de leeftijd van 40 jaar heeft bereikt. Ook de limiet van 36 maanden die aan een of meer contracten van bepaalde tijd is gesteld zou buiten werking gesteld moeten worden.
De 40 jarige verliest zo de bescherming die anderen wel krijgen. De één zal dat onaanvaardbaar en discriminerend vinden. Deze tegenstander ziet liever dat deze sollicitant maar in de WW blijft. Een voorstander zou zeggen, dat er plotseling heel veel meer deuren open gaan. De 40 jarige, in het besef dat het tijdelijk kan zijn, zal zich zo'n slag in de rondte gaan werken dat hij zich onmisbaar maakt voor zijn werkgever. Hij heeft immers veel te verliezen. Dat is een machtige motivator!
Voor de lezer de vraag: wat zou maatschappelijk de voorkeur moeten hebben: een leger afgedankte 40-plussers die maatschappelijk afglijden richting een bijstandsuitkering, of deze oplossing die werkgevers gaat bewegen de deuren open te zetten voor deze groep en die van die groep de hardst werkende van Nederland maakt? Die maatschappelijk weer mee telt en die zelfvertrouwen en zelfrespect uitstraalt? Hoe meer meningen, hoe meer ons land ermee kan doen!
bron:hrnetwerk.nl
|